Wie ongeschonden door de recessie wil komen, moet een echt vak gaan uitoefenen. Bij voorkeur in de gezondheidszorg, ambachts-branche of zakelijke dienstverlening. Bovendien maakten de kabinetsplannen op Prinsjesdag duidelijk dat de werkgelegenheid in deze sectoren zich goed zal blijven ontwikkelen.
Het zijn vooral de traditionele vaklieden die hun schouders ophalen bij de economische recessie. Bakkers, slagers, loodgieters en stukadoors blijven nodig. Dat juist deze groep werk blijft houden, komt vooral omdat ze de mensen voorzien in de dagelijkse levensbehoeften. Er moet immers gegeten worden en een lekkende gootsteen wordt - wel of geen economische malaise - toch wel gerepareerd.
Liever laten maken dan vervangen
Reparatieambachtslieden als textielreinigers, horlogemakers, zadelmakers, leerbewerkers, kleermakers en schoenmakers zullen voldoende werk houden. Waarom? Omdat mensen tegenwoordig weer vaker iets laten repareren. Daar is minder geld voor nodig dan voor vervanging. De markt voor ambachtslieden ziet er daarmee rooskleurig uit. Bovendien deed Minister Kamp eerder deze maand de voorspelling: 'De ambachtseconomie heeft de komende jaren veel nieuwe mensen nodig. De belangstelling voor vakmanschap en kwaliteit neemt toe in Nederland. Dat is een prima ontwikkeling voor vakmensen met talent, want als je ergens echt goed in bent of je zelf ergens in bekwaamt, word je vanzelf belangrijk voor iedereen.'
Verbouwen en klussen
Omdat de woningmarkt in het slop zit, ontstaat er een toename van het aantal verbouwingen. Mensen willen immers goed blijven wonen. Niet verhuizen, wel renoveren. Timmerlieden, voegers, stukadoors, dakdekkers, schilders en glazeniers beleven daardoor in ieder geval de komende jaren nog goede tijden.